Hoeveel ruimte neemt een rijdende auto in?
Het antwoord op deze vraag volgt iets verderop in deze column.
een column van Arjan Breider
Kijk eens uit het raam. Grote kans dat je asfalt ziet, een parkeervak, of een glimmende rij auto’s. We praten in Nederland vaak over woningnood, de bescherming van de natuur en de noodzaak van distributiecentra. Maar het grootste ruimteprobleem van ons land bespreken we zelden. We noemen het ‘mobiliteit’. De harde realiteit is simpel: mobiliteit is één van de grootste, haast vanzelfsprekende ruimtevreters van onze leefomgeving.
Jarenlang hebben we mobiliteitsbeleid behandeld als een logistieke puzzel. Hoe verplaatsen we zoveel mogelijk mensen zo snel mogelijk van A naar B? De oplossing was steevast: extra rijstroken, bredere snelwegen en een minimale parkeernorm bij elk nieuwbouwproject. Maar elke vierkante meter die we aan een rijdende of stilstaande auto geven, kunnen we maar één keer uitgeven. Een geparkeerde auto neemt al snel 20 vierkante meter in beslag. In stedelijk gebied, waar elke centimeter goud waard is, staat diezelfde auto gemiddeld 23 uur per dag stil. Dat is geen efficiënt vervoer, dat is inefficiënt vastgoed.
O ja, een auto die 50 km/uur rijdt neemt 140 vierkante meter in beslag, rekening houdend met een veilige passeer- en volgafstand.
Stedenbouwkundigen en mobiliteitsadviseurs liggen binnen de overheid regelmatig met elkaar in de clinch, terwijl het nú de tijd is om de twee werelden te verenigen. Mobiliteitsbeleid is in feite ruimtelijk beleid.
Wanneer een gemeente besluit een nieuwe woonwijk te bouwen aan de rand van de stad zonder fatsoenlijk openbaar vervoer en fietsverbindingen, dwingt ze bewoners in de auto. Het logische gevolg? Meer asfalt, grotere parkeerterreinen en minder ruimte voor parken, speeltuinen of extra woningen. Draai je het om en ontwerp een wijk rondom de fietser en de voetganger. Dan leeft de openbare ruimte direct op. Er ontstaat plek voor groen, voor ontmoeting en voor waterberging.
Kiezen hoe we ons verplaatsen, is dus direct kiezen hoe ons land eruitziet. Een transitie naar deelmobiliteit, compact openbaar vervoer en autoluwe (binnen)steden is geen aanval op de automobilist. Het is een bevrijding van de schaarse ruimte.
Nog een weetje: een lopende voetganger neemt 2 vierkante meter in beslag, een rijdende fietser 5 en een tram met 50 inzittenden neemt 7 vierkante meter. Tel uit je winst.
Als we de grote crises van deze tijd willen oplossen – van de woningbouw tot de klimaatadaptatie – moeten we mobiliteit niet langer zien als een verkeerskundig vraagstuk. Het is tijd dat verkeerskundigen en ruimtelijk ontwerpers samen aan één tafel gaan zitten. Pas als we inzien dat elke verkeerskeuze een ruimtelijke claim is, kunnen we ons land écht slimmer gaan inrichten.
Van Hart voor Verkeer naar Hart voor Ruimte.
Van Hart voor Verkeer naar Hart voor Ruimte. Dit is ook onze uitdaging, waar ik met mijn team graag met jou over in gesprek gaan. Laten we tijdens een kopje koffie hier samen van gedachten over wisselen. Neem contact met één van ons op om elkaar te ontmoeten. Dat kan bij ons op kantoor of ergens anders. Gezellig!
Over Hart voor Verkeer
Hart voor Verkeer helpt de overheid bij het verwezenlijken van doelen en ambities voor verkeersveiligheid, duurzame mobiliteit, fietsstimulering en mobiliteit in ruimtelijke projecten. Dit doet Hart voor Verkeer onder meer door advies- en onderzoeksprojecten, detachering, organisatie van bijeenkomsten, kennisontwikkeling en de inzet van de VerkeersveiligheidsBox.



